terug  begin  verder
[p. 48]

Bruilofts ronddeel

 
't Is voor de Bruid, en u, ô Bruigom, meede,
 
Dat ik hier kom met een Rondeel getreden.
 
Met hoop, dat gy zult hooren hoe het luid.
 
't Roept over u geluk en zegen uit.
 
Nadien gy nu met even blye schreeden
 
Treet naer de plaats zo vol van vrolykheden,
 
Daar gy zo lang hebt Bruigom om gestreden,
 
Zo dat gy nu met recht roept overluid:
 
Ik leef vernoegd; want 't geen ik heb geleden
 
Is voor de Bruid,
 
 
 
Nu wordt ge alleen bezitter van die leden,
 
Die gy wel eer van elk zaagt aangebeden,
 
Uit wiens genot nu al uw wellust spruit;
 
Ga, wil dan vry naer 't heilig outaar treden,
 
En offer daar aan haar bevalligheden,
 
Al 't geen gy hebt, en sehenkt het haar tot buit,
 
Want al het geen by morgen hebt, en heden
 
Is voor de Bruid.
terug  begin  verder