terug  begin  verder
[p. 67]

Aan juffr. N.

 
Tweemaal gaf ik aan u myn liefde en ook myn hart;
 
Tweemaal heb ik u die weer te gelyk ontnomen;
 
Tweemaal deed ik een eed van nimmer weer te komen;
 
Tweemaal verbande ik u als oorzaak van myn smart;
 
Tweemaal begaf ik my gewillig in uw banden;
 
Des eer 'k ten derdemaal, my in uw liefde geef,
 
Zo zweer 'k ten derdemaal, dat eer ik dat beleef,
 
Ik eer voor d'eerstemaal u levend zag verbranden.
terug  begin  verder