terug  begin  verder
[p. 379]

Verantwoording

Tussen 1950 en 1983 verschenen 75 interviews met Willem Frederik Hermans in druk, de kortere - vaak telefonisch afgenomen - vraaggesprekken meegerekend (voor de volledige lijst zie hieronder). Niet meegerekend zijn antwoorden op enquêtes, al is de grens tussen enquête en interview soms vaag. Ook zéér korte interviews, waarin de bijdrage van de auteur slechts een of twee zinnen telt, zijn buiten beschouwing gelaten (bv. dat in Het Parool 10 mrt. 1967). Als curiositeit wordt hier nog vermeld het verslag dat een journalist maakte van de weigering van Hermans een interview toe te staan: L. van Duinhoven in Algemeen Dagblad 31 aug. 1971. Anderzijds zijn ook gesprekken als interview gewaardeerd, die dat strikt genomen niet zijn, bv. het onder leiding van W. L. Brugsma gehouden twistgesprek met Harry Mulisch.

Naast deze gepubliceerde vraaggesprekken hebben er een twintigtal door radio of televisie uitgezonden interviews plaatsgevonden, zoals - om een enkel voorbeeld te noemen - : voor televisie: van Andreas Burnier (1969), Joop van Tijn (1972), S. M. Pruys (1976), A. de Klerq en F. de Vree (1977); voor radio: van F. de Vree (o.a. 1976 en 1977). Enkele van deze groep gesprekken zijn ook in schriftelijke vorm neergelegd en dan in mijn lijst opgenomen (nrs. 9, 23, 54).

Uit de gepubliceerde interviews wordt thans een bloemlezing aan geboden. De grondslag van de keuze van de hier bijeen gebrachte vraaggesprekken was de wens een zo breed mogelijk beeld te geven van Willem Frederik Hermans voor zover hij zich in interviews heeft getoond. Men zou de gesprekken kunnen verdelen in drie groepen:

[p. 380]

1.
‘algemene’, bv. die van Sleutelaar-Calis, Flothuis, Van Tijn, Nooteboom;
2.
‘thematische’, onder te verdelen in: ‘literaire’, bv. die van 's-Gravesande, Bloem, Kooiman-Graftdijk, Van Emmerik; en ‘filosofische’, bv. die van Bos en Elders;
3.
‘bijzondere’, bv. dat van het schoolmeisje Magda Oude Stegge, het ‘poezeninterview’ van Marja Roscam Abbing, het ‘topografische’ interview van De Vree, het afgebroken interview van Ruyter, het twistgesprek met Mulisch.

In de hier aangeboden selectie zijn alle drie de groepen vertegenwoordigd. Als toegiften zijn opgenomen een uit 1967 daterend auto-interview van Hermans en een nieuw door de samensteller van dit boek gehouden vraaggesprek.

Deze vraaggesprekken tonen de lezer de grandeur en misère van een schrijverschap. Het belang ervan ligt vooral in de omstandigheid dat Hermans in zijn uitspraken een voortdurend commentator is van zijn levensbeschouwing in het algemeen en van zijn werken in het bijzonder.

De gesprekken zijn integraal weergegeven, behoudens het volgende. Inleidingen op interviews zijn, voor zover ze louter algemene bio- en bibliografische gegevens omtrent Hermans bevatten, niet overgenomen. Enkele malen is een uitspraak weggelaten die kort daarop zo goed als letterlijk herhaald wordt (zo overlappen de beide interviews van Flothuis elkaar op enkele plaatsen); deze weglatingen zijn aangeduid door [...]. Tweemaal is een iets groter gedeelte weggelaten, nl. de samenvatting van de hand van de interviewer van de roman Nooit meer slapen (in het vraaggesprek van Koolhaas) en lange citaten uit de roman De tranen der acacia's (in het verslag van De Vree). Hier en daar is een taal-, zet- of ander foutje stilzwijgend verbeterd. Voor het interview van Judy van Emmerik kon gebruik gemaakt worden van een vollediger tekst van het vraaggesprek. Voor alle interviews (met uitzondering van dat van De Vree) geldt dat tussenkopjes niet zijn overgenomen, daar deze het gevolg zijn van de redactionele presentatie in de oorspronkelijke publicatievorm. De spelling is behouden gebleven,

[p. 381]

maar de titels van de werken van Hermans zijn genormaliseerd.

Niet behouden konden blijven de typografische onderscheidingen, die uiteraard per interview verschillen. In dit boek zijn de vragen en opmerkingen van de interviewer steeds cursief afgedrukt, de woorden van de geïnterviewde staan in romein (uitzondering: het interview van Van der Veen, dat niet letterlijk Hermans' uitspraken weergeeft).

In principe is afgezien van het geven van verklaringen, ook wanneer zaken aan de orde komen die ten tijde van het interview actueel waren. Alleen waar de tekst tot misverstand aanleiding zou kunnen geven, is een korte verklaring in de vorm van een voetnoot toegevoegd, bv. waar gesproken wordt over ‘de onlangs verschenen roman’ zonder dat de titel genoemd is.

De geïnterviewde auteur was zo vriendelijk ter gelegenheid van deze bundeling de interviews door te lezen, hetgeen in enkele - meest stilistische - veranderingen en in een enkele voetnoot geresulteerd heeft.

f.a.j.

terug  begin  verder