terug  begin  verder
[p. 184]

19

Mina Krüseman was de dochter van een generaal. Een vrijgevochten meisje met grote eerzucht, een zangstem en een feeling voor publiciteit die haar eeuw verre vooruit was.

Fanatiek feministe, raasde ze door Europa en Amerika zo snel als de toenmalige middelen van vervoer haar konden transporteren, zong op concerten, hield lezingen die schandaal maakten en verdiende daarmee veel geld, aanvankelijk tezamen met haar vriendin Betsy Perk (tante van Jacques Perk).

‘Nu, pas maar op met die afzetter’, zegt Betsy, als Mina zekere door haar bewonderde schrijver, die haar een adhesiebetuiging heeft gestuurd, eens gaat opzoeken te Wiesbaden, ‘neem maar geen geld mee, want dan kom je toch weer zonder thuis. Die meisjesverleider is niets (sic) te vertrouwen.’

Hij blijkt aanvankelijk een zenuwachtige man te zijn, maar dat gaat over.

‘Bezoek gehad van de dames Mina Krüseman en Betsy Perk’, schrijft hij op 4 september 1873 aan Roorda. ‘Interessant. Ze zijn twee tegenvoetsters en komiek om te observeren. Ik hoop ze weer te zien, ze zijn naar Wenen.’

Het contact ging niet verloren.

‘Ik hoop dat je altijd goed over me denken zult en tracht het ernaar te maken’, bezweert hij Mina op 28 februari 1874 en, twee maanden later: ‘Je schrijft uitstekend! Wat zijn je brieven schoon!’

Mina bewonderde vooral zijn Vorstenschool. De zoveelste dochter van Insulinde werd zij niet.

Mimi had dus niets te vrezen en bekende Mina eens vol dankbaarheid: ‘Weet je wel, Mientje, dat jij de hele enige vrouw bent die niet geprobeerd heeft hem te verleiden. Getrouwde en ongetrouwde, jonge en oude, o, tot in 't gekke toe, hebben hem mij pogen af te troggelen.’

Toch was Mina in het bezit van een overweldigende schoonheid en ze woog, doelbewust, wel 73 kilo.

‘'s Zomers komt het gewicht er niet op aan’, legde ze hem uit, ‘maar tegen de winter moet ik zorgen mijn 73 kilo's au complet te hebben, aangezien die me helpen moeten aan succes. Denk eens aan, bijv. dat de eerste élèves (gesubsidieerde) van

[p. 185]



illustratie
Mina (Wilhelmina Jacoba Paulina Rudolphina) Krüseman (1839-1922).

onze Koning gedécolleteerd moesten zingen en als ze mager waren, werden ze weggezonden, ondanks stem en talent; die koning en jury waren het er dus over eens dat de hoofdkwaliteit van een artieste is: VET!’

Mina Krüseman besloot niet te rusten aleer Vorstenschool was opgevoerd. Ze had zich in haar hoofd gezet er dan zelf de hoofdrol in te spelen en door timiditeit werd zij nimmer gehandicapt.

 

Tine en haar kinderen waren intussen naar Venetië verhuisd, waar Edu een baantje had gevonden. Een andere oorzaak waardoor er aan het samenwonen in Stéphanie's ‘paleisje’ een einde kwam, was dat Edu het niet met haar kon vinden op den duur. Dit valt op te maken uit een brief van Tine aan Stéphanie, waarin ze hem warm verdedigde. (21 juli 1873, VW, xvi, 104) Tine en haar kinderen wisselden in een jaar herhaaldelijk van adres en betrokken ten slotte een driekamerflat op de eerste verdieping van een huis aan de Fondamenta Bollani. Multatuli stuurde geld, als hij het missen kon, wat zelden gebeurde; Potgieter en diens vrienden (Huet o.a.!) stuurden geld, maar weinig, de Omboni's ook, maar mondjesmaat. Het leeuwedeel van de huishoudelijke behoeften moest worden opgebracht door Edu. Aan het onderwijs dat Nonnie ontving, werd daarentegen alle zorg besteed. Ze kreeg vioolles en bezocht de academie voor beeldende kunsten. Edu zat vroegtijdig oud te worden op een kantoorkruk (in het huidige Palazzo Fortuny) van de heer Blumenthal, een bankier die hem 150 franken in de maand betaalde. Tine's gezondheid was slecht. Al sinds jaren gaf ze van tijd tot tijd bloed op.

Tijdens een Italiaanse reis is Mina Krüseman hen daar in Venetië gaan opzoeken om te vertellen hoe prachtig Vorstenschool wel was en hoe zij zich inspande dat het zou worden opgevoerd. Edu vertrok geen spier van zijn gezicht onder haar verhalen en zei ten slotte: ‘Maar mevrouw, wat hebben wij daaraan?’ zoals hij in 1910 vertelde aan Jan Walch. (Het Vaderland, 7-8 mei 1910)

Mina werd er niet kwaad over. Later stuurde ze Tine een hartelijke brief, waarin ze gewag maakte van Edu's ‘amours voor oude bijbels en jonge schonen’.

[p. 186]



illustratie
Het huis waar Tine stierf in Venetië. (Foto WFH)



illustratie
Graf van Tine op het kerkhof S. Michele, Venetië. (Foto Philip Mechanicus)

Op 13 september 1874 overleed Tine nog vrij plotseling aan darmkronkel. Edu stuurde zijn vader een telegram: ‘Moeder dood. Zend geld.’ Daarna regelde hij de begrafenis en ging met zijn zusje te voet op pad naar Stéphanie Omboni in Padua, een afstand van vijftig kilometer. Toen ze eindelijk in Padua kwamen, bleken de Omboni's alweer op een geologische excursie te zijn. Ze reisden verder naar Milaan. Het duurde lang voor Multatuli nadere bijzonderheden hoorde. Links en rechts vroeg hij zijn vrienden om reisgeld. Hij wilde naar Venetië gaan of de kinderen naar Wiesbaden laten komen, allebei, of tenminste Nonnie.

Allemaal plannen die niet doorgingen. De lange reis zou hem te veel van streek maken, de verblijfplaats van de kinderen was hem onbekend, de omgang met kelners viel hem altijd zo zwaar, enz.

Op Tine's begrafenis was hij niet aanwezig en haar grafsteen werd bekostigd door Stéphanie Omboni. Volgens een verhaal kreeg Edu er ook nog eens geld voor van Jacques Hotz. Ik heb het graf nog gezien in maart 1984, maar het is, voor zover ik weet, geen voorwerp van zorg voor de Nederlandse regering.

 

Multatuli's vijanden gaan ervan uit dat de berooide schrijver zich maar wat aanstelde. Aan Tine liet hij zich niets meer gelegen liggen, beweren zij. Toch was hij haar ook na haar tweede vlucht blijven schrijven. (Van deze brieven is niets bekend, zomin als van zijn brieven aan zijn kinderen.)

‘Is de arme tobster dood?’ zou hij hebben uitgeroepen toen hij Edu's telegram kreeg. Hierbij moet bedacht worden dat hij al lang de dood als een milde bevrijder beschouwde, ook voor zichzelf.

 

Wat te doen, nu Tine dood was: Mimi trouwen of niet?

Mina Krüseman vond dat hij trouwen moest: dat andere huwelijk bestond toch al lang niet meer; ook nu nog met Mimi in concubinaat blijven leven, zou een leugen zijn.

Multatuli stemde aarzelend in: ‘Als we bij voortduring de Maatschappij van stenen wilden voorzien om ons te gooien, dan deden we 't niet.’ Maar of het paste bij de

[p. 187]



illustratie
De sterfakte van Tine. (Collectie WFH)

[p. 188]



illustratie
De oogarts Dr. Jacob Hendrik de Haas (1838-1906) en zijn vrouw Gosewina Carolina de Haas-Hanau (1837-1905); Rotterdamse vrienden van Multatuli sedert de opvoering van Vorstenschool op 2 maart 1875.

theorieën over huwelijk en vrijheid die hij verkondigd had? ‘De ware poëzie openbaart zich in 't doen rijmen van daden en grondbeginselen.’ Dan geeft, in zijn geval, een tweede huwelijk wel te denken.

In januari 1875 kreeg Mina eindelijk haar zin: Le Gras, Van Zuylen en Haspels hadden Vorstenschool op hun repertoire genomen. ‘Denk je dat Douwes Dekker in dit land van oude sleur en vormen, veel kans heeft op sympathie’, schrijft Mina aan Mimi, ‘als hij de repetities van zijn drama bij komt wonen met zijn maîtresse, terwijl zijn kinderen ergens in Italië zitten?’

 

En zonder Mimi vertrok ‘de Dek’, zoals Mina hem noemde, naar Rotterdam om de repetities bij te wonen. Al gauw nam hij zelf een deel van de regie in handen. Sommige acteurs hebben later getuigd hoe veroverend zijn optreden was, hoe suggestief hij uitlegde wat hij van ze verlangde, ze hun rollen voorspeelde. Maar met Mina liep het mis. Zij kon noch acteren noch declameren, vond hij, en alle anderen vonden dat eigenlijk ook. Wegens de vele moeite die ze had gedaan het stuk te doen opvoeren, en omdat haar beroemdheid een trekpleister zou zijn, was het onmogelijk haar de rol van koningin Louise te ontnemen.

 
‘Wat is den arme 't schoon der lente? Niets!
 
Een sterrenhemel? Niets! Wat is hem kunst?
 
Wat zijn hem tonen, tinten, geuren? Niets!
 
Wat is hem poëzie? Wat liefde?’

‘Juffrouw!’ riep de auteur getergd, ‘zo wil ik nog geen liefde van mijn keukenmeid.’ Mina's voordracht haalde blijkbaar niet bij die van Laura Ernst.

Mina zou het hem niet vergeven. Hij maakte op de repetities ruzie met iedereen, zou ze later liegen. Was het, dacht ze, misschien zijn bedoeling haar te vervangen door Mimi? Want, dat was waar, ook Mimi bezat de ambitie bij het toneel te gaan. Maar ook was het waar, dat Multatuli aan Mimi ronduit gezegd had dat ze er het talent niet voor had en een dergelijk leven niet geschikt voor haar was. Het is

[p. 189]

nooit zijn bedoeling geweest Mina of een andere actrice te vervangen door Mimi.

De première vond plaats op 1 maart 1875. Te Utrecht, omdat het een universiteitsstad was en er dus op een intelligent publiek kon worden gerekend. Met het doel iedere verdenking uit de weg te ruimen dat koning George in werkelijkheid koning Willem iii voorstelde, stond op de aanplakbiljetten uitdrukkelijk vermeld dat het stuk in Duitsland speelde.

Mimi had zich incognito naar hetzelfde hotel begeven waar ook de acteurs logeerden. Multatuli zat in een zijloge toen het doek opging en Mimi stond, dank zij Mina's zorgen, in de coulissen.

't Scherm ging op en uit de richting van de loge waar Multatuli zat, werd geroepen: ‘Juffrouw Krüseman deugt niet.’

Mimi kroop weg om niet gezien te worden, beweert Mina in Mijn Leven.

Na de vierde acte was het succes compleet. Er werd om de auteur geroepen, maar hij kwam niet. ‘Zeg maar dat-i dood is’, riep Mina tegen Le Gras, ‘want i komt toch niet.’



illustratie
Affiche voor de vierde en vijfde opvoering van Vorstenschool.

[p. 190]



illustratie
Het mahoniehouten schrijfbureau dat Multatuli werd aangeboden op zijn 55ste verjaardag.

[p. 191]



illustratie
A.J. Le Gras, een man die blijkens dit portret zijn achternaam geen oneer aandeed, speelde Jhr. Von Schukenscheuer-Schiefschalheim.



illustratie
Catherina Beersmans (1845-1899); speelde Koningin Louise aanvankelijk in Antwerpen; later, nadat Mina Krüseman de rol had moeten neerleggen, ook in de Nederlandse opvoeringen.

Le Gras vertelde het publiek dat de auteur ongesteld geworden was. ‘Jazeker!’ zei Mina, ‘door het succes van zijn eigen stuk!’ Succes, dat hij haar, Mina niet gunde en dat hem daarom misselijk maakte.

Na de voorstelling deed Mimi een poging tot verzoening, maar Mina sprak: ‘Mina Krüseman vergeeft niet en vergeet niet.’

Zij hebben elkaar nooit meer gezien.

Maar de volgende dag, 2 maart, moest de schrijver, die bovendien jarig was, in Rotterdam wel op de planken komen om zich te laten huldigen en rijke geschenken te laten aanbieden: een bureau, een stoel, een pendule en ander huisraad.

Daar was hij dan. ‘Publiek, ik veracht u met grote innigheid!’ riep Mina honend uit de coulissen. Diep ontroerd stond hij te buigen in het applaus.

 

Le Gras, nog als de schurk Von Schukenscheuer-Schiefschalheim gepruikt en gekleed, sprak uit Multatuli's naam een dankwoord, omdat de ontroerde (of, door Mina's hoongelach uit de coulissen, geërgerde) schrijver zelf niet uit zijn woorden komen kon.

Mina's eerbied voor zijn talent bleef onverminderd. ‘Waar haalt zoiets ordinairs zo'n kolossaal talent vandaan?’

Deurwaarders moesten twee maanden later een einde maken aan Mina Krüseman's vertolking van koningin Louise. Zij werd opgevolgd door de Vlaamse Catherina Beersmans, die Vorstenschool inmiddels ook te Antwerpen aan een triomf geholpen had.

Maar speelde Mina nu werkelijk zo slecht? Geheel van juist inzicht was zij toch niet verstoken:

‘Nederlandse kunst, dat is een kunst à part. Een kunst met lange passen en wanhoopskreten, om te vertellen dat een roos een bloem is, en een man een mens! Een kunst met een staart, die “moe-oe-oe-oe-oe-oeder” uitrekt om de mensen moe te maken en de “lie-ie-ie-ie-ie-ie-ie-iefde” voorstelt als het zinnebeeld der eeuwigheid (...) Er is een mummie behouden gebleven (...) en die mummie is het Nederlands Toneel. God zegene alle mummies! Want zij vertegenwoordigen een soort dat verloren dreigt te

[p. 192]



illustratie
De huwelijksakte van Multatuli en Mimi, 1 april 1875, Rotterdam. (Gemeente-archief Rotterdam)

[p. 193]



illustratie
Een portret van Mimi uit 1874.

gaan!’ schreef zij, en honderd jaar later zou de door haar beschreven mummie nog altijd niet verloren zijn gegaan.

Het stuk beleefde 38 voorstellingen. Mina had ervoor gezorgd dat Multatuli ƒ25 - per voorstelling ontving, iets zeer uitzonderlijks in Nederland. Meestal immers kregen Nederlandse toneelschrijvers niets, omdat voor uit het buitenlands vertaalde stukken ook niets hoefde te worden betaald.

Vorstenschool's triomf is nu moeilijk meer voorstelbaar: je kunt het stuk zelfs niet meer lezen zonder verveling en onbehagen. De strekking ervan: noblesse oblige, dus geef een nobele koning veel macht, dan komt alles in orde, zal niemand meer opwekken het zwaard ter hand te nemen om dat ideaal te verwezenlijken. Toch staan er hier en daar mooie, althans voor Multatuli zeer betekenisvolle verzen in: ‘Daar is een gloed die alles kleurt, en 't laagste hoog maakt.’ Het kost moeite droge ogen te behouden bij de gedachte hoe alles hem in de steek liet, ook deze gloed steeds meer. Fancy filosofisch gedefinieerd. Maar ook de onstoffelijke Fancy en haar toverkracht gingen de weg van alle vlees.

 

Een maand na de première van Vorstenschool trouwden Multatuli en Mimi, op 1 april.

Eén april... omineuze datum...

Opzet?

Trouwen was en bleef in strijd met zijn openlijk beleden denkbeelden over het huwelijk.

Maar: ‘'t Moest, het moest.’

Naar de reden waarom het dan toch moest, liet hij raden. Vage motieven werden aangeduid: het zou zijn ‘positie’ tegenover het Nederlandse publiek verbeteren (een ander deel van dat publiek bleek eerder geschokt door dit gebrek aan consequenties trekken)... het was nodig omdat hij Nonnie in huis wilde nemen en Nonnie kon niet in huis komen bij een vader die in concubinaat leefde (alsof dat de eerste keer zou zijn geweest).

Waarschijnlijk moet de ware reden bij Mimi worden gezocht: Mimi verlangde naar een kind en als Mimi iets in haar hoofd had, wist zij wel van doorzetten.

terug  begin  verder