terug  begin  verder
[p. 231]

24

Toen Multatuli leefde, wemelde het in zijn vriendenkring van jonkheren en baronnen, van patriciërs met dubbele namen, van professoren, dominees, voormalige dominees, van hoge militairen en rijkaards. Dochters van dominees en dochters van hoge militairen aanbaden hem.

 

Niet lang na zijn dood, als ideeën van nog jongere datum de zijne wat op de achtergrond schuiven (wat tijdelijk zal blijken te zijn), verandert zijn publiek. Bovendien gaat de psychologie hem te lijf. Zijn brieven worden gedeeltelijk openbaar gemaakt en de commentaren die velen daaraan verbinden, blijken niet onverdeeld gunstig voor zijn reputatie.

 

Het bestuur van Nederlands Oost-Indië is dank zij de invloed van Max Havelaar intussen veel humaner geworden. De ondankbare wereld wil er niet meer aan herinnerd worden dat het ooit anders is geweest en dus worden Dekker's fouten en overdrijvingen tot zulke gigantische proporties opgeblazen, dat er in veler ogen van zijn verdiensten niets overblijft.

Een minder geletterde lezersschaar krijgt medelijden met hem, mensen die ook altijd in het verdomhoekje hebben gezeten en iets van zichzelf in hem herkennen. Hij wordt het lichtend voorbeeld voor ieder die in zijn schooljaren al mislukt is, of minstens bij een kampvuur van een socialistische jeugdorganisatie heeft gezongen. Voor brave burgers die er in hun fantasie ook wel eens een heel leger van vriendinnen op na gehouden hebben, maar hem, als hij nog had geleefd, in geen geval met hun dochters hadden laten wandelen. Hij blijkt te kunnen fungeren als de Enige Grote Wijsgeer van de autodidacten, de Profeet van de dilettanten.

Sonore maar niet veelzeggende uitspraken die hij heeft gedaan, zoals ‘De roeping van de mens is mens te zijn’, werden vaker aangehaald dan ze verdragen konden.

Voor een wijsheid als ‘Misschien is niets geheel waar en zelfs dat niet’, geldt hetzelfde. Natuurlijk: en zelfs dat niet, en zelfs dat niet en... enz.

Of een als ‘Alles is in alles’, wat door een Fransman (Victor Cousin) al eerder was gezegd, trouwens al in de boeken van Hermes Trismegistos (3e eeuw n. C.) voor-

[p. 232]



illustratie
Dr. Theodoor Swart Abrahamsz (1848-1911); zoon van Dekker's zuster Catharina, broer van Sietske; arts; onderwierp als een der eersten de schrijver aan een psychologische analyse in zijn Eduard Douwes Dekker (Multatuli) Eene Ziektegeschiedenis, Amsterdam, 1888, en kwam tot de conclusie dat hij een zenuwpatiënt was geweest.

komt, en waar de humorist Alfred Capus eens aan toevoegde: ‘Jawel. En omgekeerd.’

Het geschrijf pro-Multatuli wordt niet minder opgewonden en onbetrouwbaar dan het geschimp van zijn bestrijders. In beide kampen munten deze letterproeven vooral uit door mislukte pogingen zijn schitterende polemische stijl na te bootsen.

Bekrompen idealisten, van elke artistieke gevoeligheid verstoken, letten meer op inhoud dan op stijl. Ze eisen de meest primitieve soort overeenkomst tussen de meest primitieve uitleg van zijn schrijven en zijn doen. Alles wat in dit opzicht tot twijfel aan Multatuli zou kunnen leiden wordt, als zij pro zijn, op kromme wijze weggeredeneerd en verdonkeremaand, als ze anti zijn tot verpletterende doodvonnissen uit eigen mond rondgebazuind. Aan grondige kennis van zaken hebben beide partijen geen behoefte.

Zijn nalatenschap, door het Multatuligenootschap beheerd, was lange tijd een chaos. In 1967 werd bekend dat zelfs zijn as per ongeluk was zoekgeraakt en tersluiks vervangen door sigareas. (Zie H. Keller in De Nieuwe Linie, 6 mei 1967) Het verhaal over de zoekgeraakte as werd ook via de televisie verspreid en destijds niet tegengesproken. In 1975 vertelde de vice-voorzitter van het Multatuligenootschap dat dit maar een door hem verzonnen grapje zou zijn.

En dan te bedenken dat heel wat correspondenten hun brieven van Multatuli in het vuur hebben gegooid en anderen de passages die ze te hachelijk vonden eruit hebben geknipt, en dat z'n weduwe zijn brieven, de originelen wel te verstaan, bij de drukker bracht na met potlood te hebben doorgestreept wat niet moest worden gezet. De drukker gooide ze na gebruik in de prullenmand. ('t Was er klaarblijkelijk een die bij de drukproeven de kopij niet teruggaf...)

Zo verklaart professor Stuiveling tenminste dat de handschriften van Multatuli's brieven grotendeels verdwenen zijn.

Nu, een eeuw na Multatuli's dood, bestaat er nog altijd geen serieuze volledige uitgave van zijn verzamelde geschriften. De laatste editie ervan, die in 1950, zevenendertig jaar geleden, begon te verschijnen, is niet voltooid en kan, hoewel beter dan vorige uitgaven, de toets van strenge kritiek niet doorstaan.

[p. 233]



illustratie
Wilhelm Spohr (1868-1959); vertaalde een groot deel van Multatuli's werken en brieven in het Duits; dank zij Spohr is Duitsland het land waar, buiten Nederland, België, Suriname, Zuid-Afrika en Indonesië, Multatuli de meeste bekendheid geniet.

Maar het valt te verwachten dat ook dit stadium in de Multatuli-waardering zal worden vervangen en opgevolgd door een misschien minder strijdlustige, maar daarom niet minder boeiende kijk op deze schrijver. Multatuli, hoe krom gegroeid ook in Neêrlands kromme literaire klimaat, kan zonder twijfel worden genoemd: de enige Nederlandse auteur die meer dan honderd jaar interessant gebleven is.

 

Op zijn sterfhuis te Nieder-Ingelheim werd een gedenkplaat aangebracht tijdens een plechtigheid waarbij ook de zoon van Marie Anderson, Friedrich Anderson, aanwezig was. De gedenkplaat prijkt met de spelfout Douves.

Het huis te Nieder-Ingelheim is nu, of was tot voor kort, een armelijk hotelletje voor handelsreizigers en hoeren.

Hotel Multatuli heet het.

 

In 1960 huldigden Vlaamse letterkundigen de schrijver door boven de deur van het perceel Arenbergstraat 52, Brussel, dat zich op de plek bevindt, waar eertijds de herberg Au Prince Belge stond, een bronzen, tweetalig gedenkteken aan te brengen. Ze gaven Havelaar's schepper ten onrechte de voornaam Edward.

Elders in het buitenland waren soms ook wel gedenkborden zonder fouten te zien, zo op het huis Dotzheimerstra╬▓e 48, te Wiesbaden, maar dat bestaat niet meer. En daarom staat alleen in Nederland de waarheid nog ergens aan de gevel, namelijk op die van zijn geboortehuis, thans Multatulimuseum, in de Korsjespoortsteeg, Amsterdam, alsof hij er nooit in geslaagd was daar vandaan te komen. En dat is ook zo, zouden zijn vijanden hebben gezegd als de toestand al zo was geweest, toen hij nog vijanden had, wat nu niet meer het geval schijnt te zijn.

 

Wouter Bernhold overleefde de Japanse bezetting van Indonesië en woonde ten slotte in Lawang, waar hij verbonden was aan het Bureau Tabaksinspectie.

Op een dag in augustus 1945 werd de bijna zeventigjarige pleegzoon van Multatuli uit zijn huis gehaald, naar het politiebureau van Ambarawa gebracht en door repu-

[p. 234]



illustratie
Er werd een steen geplaatst in de gevel van het sterfhuis te Nieder-Ingelheim. De gedenkplaat prijkt met de spelfout Dou Ves. (Foto WFH)



illustratie
Er werd een steen geplaatst in de gevel van het sterfhuis te Nieder-Ingelheim. De gedenkplaat prijkt met de spelfout Dou Ves. (Foto WFH)

[p. 235]



illustratie
In Brussel zit boven de deur van het perceel Arenbergstraat 52, waar het hotelletje Au Prince Belge stond, bakermat van Max Havelaar, een gedenkplaat die onze schrijver met de voornaam Edward uitdost.



illustratie



illustratie
Helemaal zonder fouten was de steen die zich op de gevel van Dotzheimerstra╬▓e 48, Wiesbaden bevond, maar die bestaat niet meer. Zodoende is er in het buitenland geen enkel onberispelijk gedenkteken voor Multatuli. Het enige waar niets op aan te merken valt, versiert zijn geboortehuis in de Korsjespoortsteeg, Amsterdam. (Trouwens, op het voetstuk van de leeuw van Waterloo staat niet de naam van de ‘overgrootvader myner kinderen’, zoals hij beweerde in Havelaar opheldering (48). Nog in 1949 geloofde Stuiveling dat dit waar was, maar er staat geen enkele naam op dat voetstuk.)



illustratie
En zo zag het huis eruit in 1963. (Foto WFH)

[p. 236]



illustratie
Urn waarin oorspronkelijk de verzegelde bus met de as van Multatuli bewaard werd; de urn staat thans in het Multatulimuseum.



illustratie
Wouter Bernhold op latere leeftijd.

blikeinse Indonesiërs zodanig mishandeld, dat hij aan de gevolgen overleed. (Bron: Nederlandse Rode Kruis)

Als de wereld slot of zin had, zou een ander einde denkbaar zijn geweest voor deze man, eenmaal de oogappel van de schrijver die Nederland de ogen opende voor het feit dat de Indonesiërs mishandeld werden en die als eerste hun land een eigen naam gaf.

Maar slot of zin heeft de wereld nu eenmaal niet, smakeloze ironie des te meer.

 

Het huis van de assistent-resident te Rangkas Betoeng, op de plek waar Dekker in 1856 gewoond heeft, werd in 1949 tijdens de politionele acties opgeblazen. (Het oorspronkelijke huis bestond ook toen al niet meer.)

Wel is er in Rangkas Betoeng een weg die Djalan Multatuli heet.

 

Toen er op 27 juni 1949 voor het laatst onder Nederlands opperbestuur een nieuwe regent van Lebak geïnstalleerd werd, Raden Holan Suknadiningrat, las de toenmalige assistent-resident F.K. Lotgering een gelukwens voor, die tot de nieuwe regent was gericht door N.A. Douwes Dekker, achterkleinzoon van Multatuli's broer Jan. Deze noemde Lebak ‘een der eerste pijlers voor een nieuwe tijd en een nieuwe geest’.

We mogen aannemen dat de nieuwe regent dit heeft beaamd.

Maar het plaatsje Rangkas Betoeng telt ook, tot de huidige dag, een vijfentwintigtal inwoners die het graf van de oude regent Karta Nata Negara geregeld met bloemen bestrooien en het vereren als een heilige plaats.

[p. 237]



illustratie
Het, volgens een bericht van G. Termorshuizen, nog in 1974 goed onderhouden, zelfs vereerde graf van de regent van Lebak, Karta Nata Negara. (Letterkundig Museum, Den Haag)

terug  begin  verder