WFHi logo
W.F. Hermans handtekening
websitenaam
stippen

Conserve (1947)

secundaire bibliografie - chronologisch op jaar van verschijnen

Kees de Bakker
,
Hoe Conserve de naam werd van een uitgeverij
In:
Hermans-magazine : over Willem Frederik Hermans
, 6 (1996-1997) 23 (juni 1997) 90-92
Vorm:
Artikel / Recensie
illustraties:
ill., portr
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Conserve - uitgeverij
Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Theo Gaasbeek
,
Ferdinand en het Mysterie van de Gouden Hoektand
In:
Hermans-magazine : over Willem Frederik Hermans
, 3 (1993-1994) 12 (september 1994) 122-123
Vorm:
Artikel / Recensie
illustraties:
ill.
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Tonnie Luiken
,
Een hele stapel Conserves
In:
WFH-verzamelkrant
, 1 (1991-1992) 2 (maart 1992) 12-14
Vorm:
Artikel
illustraties:
ill.
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Paul Rodenko
,
Twee debuten
In:
Podium : literair maandblad
, 4 (1947-1948) 6 (maart 1948) 343-355
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Reve, Gerard

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Ook in: Over De avonden: de eerste roman van Gerard Reve: kritieken, artikelen en interviews; G.F.H. Raat (samenst.). Schoorl, 1989, p. 171-185; Rodenko, Paul. Verspreide kritieken; bezorgd door Koen Hilberdink. Amsterdam, 1992, p. 237-248.

Over: Reve, Simon van het. De avonden: een winterverhaal. Amsterdam, 1947.

Bert Schierbeek
,
Twee jonge prozaïsten
In:
Het Woord : maandblad voor de nieuwe Nederlandse letterkunde
, 3 (1948-1949) 1 (lente 1948) 130-136
Vorm:
Artikel / Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Reve, Gerard

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Ook in: Over De avonden: de eerste roman van Gerard Reve: kritieken, artikelen en interviews; G.F.H. Raat (samenst.). Schoorl, 1989, p. 186-197.

Over: Reve, Simon van het. De avonden: een winterverhaal. Amsterdam, 1947.

Julien Weverbergh
,
Cauda voor aandachtige luisteraars : [lectuurnotities]
In:
Komma
, 1 (1965-1966) 2 30-53
Vorm:
Artikel / Autobiografisch
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Reve, Gerard
;
Weverbergh, Julien

Annotatie(s):
O.a. over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. Amsterdam, 1947; over: Hermans, Willem Frederik. Mandarijnen op zwavelzuur. Groningen, 1963; en over Reve, Gerard K. van het. De avonden. Amsterdam, 1948.

Reactie: Nog Komma 2: Weverbergh schrijft voor mollen met slechte ogen, door Walter van den Broeck. In: Heibel 1 (1965) 3, p. 50-52.

[anoniem]
,
Een eerste sprong
In:
Nieuwe Rotterdamse Courant
, (1947) (25 oktober)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Pierre H. Dubois
,
Een poging tot bevrijding : ‘Conserve’ door W.F. Hermans
In:
Spectator
, (1947) (23 november)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
Op Pierre Dubois (in De Spectator, weekendblad van De Nieuwe Gids, van 23 november 1947) maken de reeds verschenen afleveringen van De tranen der acacia’s een troebele, onheldere indruk, terwijl hij Conserve waardeert als een gewaagde poging tot bevrijding uit het huiselijke, burgerlijke Nederlandse proza. Gewaagd, en niet helemaal geslaagd. Deze criticus noemt de venijnige kritiek van Hermans, die de nodige tegenstand heeft opgewekt. Hij heeft volgens hem daarin wel iets gemeen met een even bewegelijke, even irriterende figuur als Du Perron. Dubois vraagt om een stevig krediet voor een schrijver met deze talenten en deze durf.
S. Vestdijk
,
‘Conserve’, roman van W.F. Hermans : een boeiend, maar vrij zwak debuut
In:
Het Parool
, (1947) (8 november)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Tweede kopie geeft 7 november als publicatiedatum.

S. Vestdijk
,
‘Conserve’, roman van W.F. Hermans : een boeiend, maar vrij zwak debuut
In:
Nieuwe Rotterdamse Courant
, (1947) (8 november)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Julien Weverbergh
,
Petrina : de geëngageerde auteur is een ontevreden rancuneus individu met schizofrene inslag
In:
Weverbergh. Puin: korzelig proza
Manteau [Brussel] , 1970 ( p. 24-121 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Reve, Gerard

Annotatie(s):
Over: Reve, Simon van het. De avonden: een winterverhaal. Amsterdam, 1947.

P. 24-33 ook in: Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr. Schoorl, 1998, p. 29-37 (1e dr. 1988); p. 38-42 ook in: Vlaams leesboek: poëzie, proza en literair essay tussen 1932 en 1986: een bloemlezing; samengest. en ingel. door Jozef Deleu en Anne Marie Musschoot. Tielt, 1986, p. 421-424 (De blijvende betekenis van W.F. Hermans).

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
Na ruim twintig jaar stilte is J. Weverbergh (in Weverbergh. Puin: korzelig proza. [Brussel], 1970, p. 24-33, een deel van een langer artikel getiteld ‘Petrina: de geëngageerde auteur is een ontevreden rancuneus individu met schizofrene inslag’, p. 24-121 ) de eerste die zich opnieuw met Conserve bezig houdt. Zijn stelling is dat het naoorlogse Nederlandse proza steunt op twee boeken: ‘De avonden’ van Gerard Kornelis van het Reve en Conserve van Willem Frederik Hermans. De een was 22, de ander 23 toen zij hun boeken schreven. Weverbergh vergelijkt beide romans en meent dat ze twee richtingen in het belangrijkste naoorlogse Nederlandse proza vertegenwoordigen: Reve’s roman die van de bekentenisliteratuur en Hermans’ debuut die van de fantastische verhalen. Niet alleen het materiaal, ook de opbouw verschilt aanmerkelijk. ‘De avonden’ noemt Weverbergh een stapelroman, een rechtlijnig verhaal met een begin en een slot. In tegenstelling tot ‘De avonden’ is Conserve een cyclische, concentrische roman. Uit ‘De avonden’ kan men rustig een paar bladzijden scheuren zonder dat de doorsnee-lezer de draad kwijtraakt, het lezen van Conserve is een voortdurend puzzelen, een voortdurend spel. Alle mededelingen hebben een functie, terwijl de mededelingen in een stapelroman die functie niet hebben. Maar in laatste instantie drukken ze beide dezelfde absurditeit en de nutteloosheid van het bestaan uit, en de onmogelijkheid om met elkaar in contact te treden. Weverbergh houdt zelf meer van Conserve dan van ‘De avonden’, maar beide boeken hebben volgens hem literair evenveel waarde.
[anoniem]
,
[Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982]
In:
Nieuwsblad van het Noorden
, (1982) (7 oktober)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Oversteegen, J.J.
;
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982.

In reeks van korte besprekingen.

Willem Frederik Hermans
,
Schichtig en nog luier
In:
Elseviers Magazine
, (1982) (27 november)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans en portr. Oversteegn, cartoon, tekening
Trefwoord(en):
Oversteegen, J.J.
;
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982.

Willem Frederik Hermans
,
Schichtig en nog luier
In:
Elseviers Magazine
, (1982) (27 november)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans en J.J. Oversteegen, 2 cartoons
Trefwoord(en):
Oversteegen, J.J.
;
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982.

Jan Huisman
,
Portret Tachtigers in Schrijvers Prentenboek : Carmiggelt ontbreekt in boek over Elsschot
In:
Algemeen Dagblad
, (1982) (12 november)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hugo Claus
Trefwoord(en):
Oversteegen, J.J.
;
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982.

In reeks van besprekingen van werken over schrijvers.

J.J. Oversteegen
,
Terugblik ( Kavels; 3 )
In:
Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum
HES Utrecht , 1982 ( p. 73-100 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Ook in: Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr. Schoorl, 1998, p. 38-72 (1e dr. 1988).

Aangevulde tekst van: Willem Frederik Hermans. Speciaal nr. van Raster 5 (1971) 2 (zomer), p. 234-259.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
J.J. Oversteegen schreef een ‘Terugblik’, waarin hij zich afvraagt in hoeverre de lezer van de tweede – herziene - druk van Conserve, (in Drie melodrama’s uit 1957) een ander verhaal leest dan de lezer van de eerste druk uit 1947, die verscheen op een moment dat hoogstens een paar hoofdstukken uit De tranen der acacia’s, wat gedichten, kritieken en een enkel verhaal van Hermans bekend konden zijn. Deze ‘terugblik’ verscheen aanvankelijk in Raster (5 (1971) 2 (zomer) 234-259) en werd – met aanvullingen - herdrukt in: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH: essays over Conserve, De tranen der acacia’s, De God Denkbaar Denkbaar de God, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistisch universum. Utrecht, 1982, p. 73-100, en later in: Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek … [et al.]; kritieken en essays samengest. Door Kees de Bakker. 2e dr. Schoorl, 1998, p. 38-72 (1e dr. 1988). Oversteegen is bij herlezing van de eerste druk uit 1947 door allerlei dingen gefrappeerd die hij vroeger niet van betekenis vond, of zelfs helemaal niet opmerkte. Hij wil niet de eerste met de tweede druk vergelijken – zoiets kan beter gebeuren bij wijze van kontrole, waarbij meteen bekeken kan worden in hoeverre Hermans er stilistisch op vooruitgegaan is – en hij heeft ook geen rekening gehouden met de gegevens die door Fotobiografie geleverd worden. Hij zal geen structurele analyse van Conserve geven. Het gaat hem om Hermans’ fictieve wereld. Het wil alleen laten zien dat Conserve ‘een ander boek’ is geworden tussen 1947 en nu, en dat aan de ander kant de komende romans al in dit debuut aanwezig zijn. Daarvoor noteert hij allerlei plaatsen die hem, om verschillende redenen, herinneren aan ander werk van Hermans, en in die observaties brengt hij een hiërarchie van belangrijkheid aan, die tegelijk een karakteristiek van Hermans’ fictie-wereld wil zijn. Na het ‘gewoon lezen’ van het verhaal – dus niet na een exacte analyse – blijkt dat de lezer gedesoriënteerd kan raken op een punt waar het verhaal dat niet eist, of zelfs verdraagt. Zaken als ‘kennis van zaken bij de verteller’ en ‘kloppen van het tijdsverloop’ worden in Conserve nog niet zo geraffineerd gehanteerd als in latere romans. Oversteegen hoopt dat uit zijn bespreking blijkt hoe Hermansiaans dit debuut van de twee-en-twintig jarige meteen al was. Dit zit hem in de losse woorden, wendingen en gebeurtenissen. Een dieper liggende verwantschap blijkt op het gebied van stilistische kunstgrepen. In Conserve duiken bovendien reeds een aantal thema’s op, waardoor latere romans geheel gedomineerd zullen worden. Oversteegen noemt de volgende: 1. wie gelijk heeft, kan dat alleen waar maken als hij over macht beschikt; 2. de vader is een onbereikbare; 3. de hoofdfiguur is een uitgestotene; 4. broer-zuster-verhouding ; 5. godsdienstige fantasmagorieën, op basis van levenservaring; 6. iets wordt voor de waarheid aangezien alleen omdat de meeste mensen erin geloven (of er belang bij hebben). De eindconclusie van Oversteegen is, dat in Conserve al gebeurt wat wij uit latere romans van Hermans zo goed kennen: “een wereld die op zichzelf inkoherent is, wordt op zó samenhangende wijze overgedragen dat wij juist die inkoherentie gaan ervaren, niet op gezag van de auteur, maar op grond van onze eigen lezersaktiviteit. Daarom is dit debuut van de auteur van De tranen der acacia’s, van De donkere kamer van Damokles, van De God Denkbaar, Denkbaar de God, van al die novellen waar ik vrijwel over gezwegen heb, het ‘boek van een groot schrijver’, al is het dan nog geen ‘groot boek’.” Reacties op dit artikel verschenen naar aanleiding van de herdruk in ‘Voetstappen van WFH’ (1982). Frans A. Janssen (Spektator: 12 (1982-1983) 6 (mei 1983) 480-481) heeft er bezwaar tegen dat Oversteegen het woord ‘thema’ gebruikt: “wanneer men ‘broer-zuster-verhouding’ een thema noemt, heeft men het begrip zozeer verwijd dat er bijna alles in past, van ‘motief’ tot ‘stof’ ”. Oversteegens bespreking van door Hermans toegepaste structuurelementen noemt Janssen verhelderend, maar hij vindt het nauwelijks acceptabel dat Oversteegen gebruik maakt van de eerste druk uit 1947 en niet van de laatste druk die teruggaat op de herschreven versie uit 1956. Michel Dupuis meent (in: Spiegel der letteren: 25 (1983) 3, 237-238) dat Oversteegen Conserve in een juist perspectief plaatst wat betreft de hoofdproblematiek. Hermans benadrukte al in deze debuutroman de betrekkelijkheid en zelfs de gelijkwaardigheid van alle wereldbeschouwingen en waardenstelsels. Oversteegen had hierin, meent Dupuis, een voorafschaduwing kunnen zien van Hermans’ latere belangstelling voor Wittgenstein en diens theorie over de ‘levensvormen’. Dupuis mist in dit artikel zo niet een grondige ontleding, dan toch enkele synthetische beschouwingen over de romanesthetica, “want hier duiken toch ongetwijfeld verschijnselen op, die in het toenmalige literaire Nederland op een niet te onderschatten vernieuwing wezen.” Koen Vermeiren (Revue belge de philologie et d’histoire: 62 (1984) 3, 611-614) noemt het stuk over Conserve een interessante retrograde bespreking die een aanzet zou kunnen vormen tot intertekstuele studie met aandacht voor gewijzigde lezersreceptie en –perceptie.
J.J. Oversteegen
,
Voetstappen van WFH: essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum ( Kavels; 3 )
In:
HES Utrecht , 1982 ( 122 p. )
Vorm:
Monografie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
P. 13-15 Voorwoord; p. 121-122 Literatuur.

Recensies door: Frans A. Janssen in: Spektator 12 (1982-1983) 6 (mei 1983), p. 480-481; Michel Dupuis in: Spiegel der letteren 25 (1983) 3, p. 237-238; K. Vermeiren in: Rev. belge philol. hist.: 62 (1984) 3, p. 611-614.

Samenvatting:
Tussen 1961 en 1982, dus in de loop van twintig jaar, heeft Oversteegen geschreven over de boeken van Hermans die in de eerste twintig jaar van zijn schrijversloopbaan, tussen 1947 en 1964 gepubliceerd werden. Oversteegen heeft deze – voornamelijk oude - opstellen nu gebundeld en ervoor gekozen om ze niet te bewerken.Voor het herschrijven tot een samenhangend nieuw betoog had hij de moed niet. Slechts de herhalingen en al te tijdgebonden opmerkingen heeft hij geschrapt. Soms is een kleinigheid toegevoegd, bijvoorbeeld naar aanleiding van afwijkende opinies van anderen. Achterin het boek heeft Oversteegen bij iedere door hem besproken titel opgegeven wat de belangrijkste artikelen zijn, die er sindsdien over zijn verschenen. Dat Hermans in die eerste twintig jaar van zijn schrijverschap van wereldbeeld, en daarmee samenhangend, van techniek veranderde, noemt Oversteegen het centrale onderwerp van dit boek. De bundel bevat de volgende artikelen: Voorwoord (p. 13-15) Voetstappen van WFH (p. 17-28) (eerder verschenen in het Engels onder het speudoniem Sander Morees in: Odyssey review. Richmond, USA: 1 (1961) 216-226, o.d.t. Hermans has been here). Chinese wijsheid: een exegese (p. 29-54) (aangevulde versie van het artikel in: Merlyn: 1 (1962-1963) 3 (mrt 1963) 29-53) Uit eten bij de kannibaal (p. 55-71) (aangevulde versie van het artikel in: Merlyn: 3 (1965) 2, 88-104) Terugblik (p. 73-100) (aangevulde versie van het artikel in: Willem Frederik Hermans. Speciaal nr. van Raster (Amst., 1967): 5 (1971) 2 (zomer) 234-259; ook in: Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek … [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr. Schoorl, 1998, p. 38-72) De mier in de spons (p. 101-120) Literatuur (p. 121-122) Frans A. Janssen gaat in zijn recensie (Spektator: 12 (1982-1983) 6 (mei 1983) 480-481) na of de door Oversteegen gesignaleerde verandering van wereldbeeld, en daarmee samenhangend van techniek, klopt. Zijn conclusie is dat niets van een verandering in wereldbeeld blijkt, wel van een verandering in verteltechniek waardoor een thema effectiever op de lezer wordt overgedragen (maar dat was al bekend door publicaties van Ton Anbeek en hemzelf). De verandering in wereldbeeld en techniek is niet het centrale thema van de bundel; Oversteegens pretentie in dit opzicht moet volgens Janssen gezien worden als de wens om van de bundeling van onder geheel verschillende omstandigheden en met uiteenlopende doelstellingen geschreven artikelen een eenheid te maken. Michel Dupuis (Spiegel der letteren: 25 (1983) 3, 237-238) meent dat Oversteegens boekje nog diensten kan bewijzen aan studenten, die sommige romans van Hermans moeten bestuderen. Hij neemt aan dat dit het doel van Oversteegen is geweest. Niemand kan Oversteegen verplichten om van zijn boek een samenhangende studie te maken, maar toch accepteert Dupuis sommige gebreken niet. Zo houdt Oversteegen er geen rekening mee dat sinds de eerste publicatie van deze opstellen een aantal boeken en artikelen van enige omvang zijn verschenen. De auteur schrijft dit zelf in zijn Voorwoord toe aan zijn gebrek aan moed en aan zijn onwil om standpunten van anderen te verwerken. Maar niet alleen worden nieuwe standpunten doodgezwegen, ook zal men zowel in de bibliografie als in de schaarse, achteraf toegevoegde voetnoten, tevergeefs zoeken naar het Tirade-nummer over Hermans, Popeliers monografie ‘Willem Frederik Hermans’ uit 1978 – “hoe men hier uit wetenschappelijk oogpunt ook over denkt”, of “ons boek ‘Eenheid en versplintering van het ik. De romanwereld van W.F. Hermans’ (1978) – hoe Oversteegen hier ook over mocht denken.” Ook het uitgebreide artikel van Dupuis in Spiegel der letteren over ‘De God Denkbaar’ (en ‘Het evangelie van O. Dapper Dapper’) is niet vermeld in het literatuurlijstje over die roman. Koen Vermeiren (Revue belge de philologie et d’histoire: 62 (1984) 3, 611-614) noemt aan het eind van zijn recensie dit boek een verantwoorde bundeling van opstellen die een goed beeld geeft van Hermans’ werkelijksheidsvisie zoals die zich (al schrijvende) heeft ontwikkeld. “Samen met Janssens boekje ‘Bedriegers en bedrogenen’, waarin de klemtoon wellicht wat meer op het filosofisch aspekt ligt, openen de artikels van “spoorzoeker” Oversteegen een mogelijke weg tot beter inzicht in een (roman)wereld waarin het begrip “chaos” centraal staat.” Hermans zelf heeft op verzoek van de redactie van Elseviers Magazine ook een reactie geschreven op het boek van Oversteegen (Elseviers Magazine van 27 november 1982, p. 98-99, 103-104). De titel van zijn artikel luidt ‘Schichtig en nog luier’. Hij noemt Oversteegens boekwerkje schichtig, omdat Oversteegen kennelijk zo bang en zenuwachtig is geweest dat hij zijn artikelen niet nog eens rustig kon bekijken voordat hij ze liet herdrukken. Zo heeft Oversteegen het over ‘enkele recente artikelen over fotografie’ van Hermans, terwijl volstrekt niet duidelijk is uit welke tijd deze artikelen zouden moeten stammen. Er staan in de artikelen vele onuitgewerkte gedachten, voor zijn stuk over Conserve heeft hij de eerste druk gebruikt, terwijl Hermans in latere drukken heel wat verbeterd heeft. Ook voor zijn beschouwing – de enige nieuwe van zijn “verzameling oude koek” – over De tranen der acacia’s gebruikte hij niet de laatste, maar de tweede druk, omdat hij die toevallig voorhanden had. Het motto dat hij citeert bevat een drukfout, die alleen in deze tweede druk voorkomt. Hermans’ conclusie is: Wat de feiten betreft zijn Oversteegens stukken menigmaal aanvechtbaar, wat de schrijftrant betreft saai, onbeholpen, nooit vindingrijk, evenmin grappig, soms eerder plat en, wat de mentaliteit van de auteur betreft, toch óók tegen de persoon van de besproken schrijver gericht, alhoewel Merlyn zulke persoonlijke aanvallen wilde uitbannen. Maar de spijt en de kleingeestigheid proef je overal.”
Hans Warren
,
Voetsporen
In:
Provinciale Zeeuwse Courant
, (1982) (30 oktober)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Oversteegen, J.J.
;
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982.

Bespreking samen met Hugo Bousset (Schrijven aan een opus) en Aart's Letterkundige Almanak voor het Boekenjaar 1983.

Wim J. Simons
,
Hermans op de voet gevolgd
In:
Utrechts Nieuwsblad
, (1983) (3 maart)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Oversteegen, J.J.
;
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Oversteegen, J.J. Voetstappen van WFH : essays over Conserve, De tranen der acacia's, De god Denkbaar Denkbaar de god, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistische universum. Utrecht, 1982.

Paul Rodenko
,
Twee debuten
In:
Over De avonden: de eerste roman van Gerard Reve: kritieken, artikelen en interviews; G.F.H. Raat (samenst.)
Conserve Schoorl , 1989 ( p. 171-185 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Reve, Gerard

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Ook in: Podium 4 (1947-1948) 6 (maart 1948), p. 343-355.

Over: Reve, Simon van het. De avonden: een winterverhaal. Amsterdam, 1947.

Mieke Wilcke-van der Linden
,
Over Conserve
In:
Nederlands Dagblad
, (1989) (29 juli)
Vorm:
Recensie
illustraties:
omslag besproken boek 'Over Conserve’
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Over: Bakker, Kees de (samenst.). Over Conserve. Schoorl, 1988.

[anoniem]
,
Voer voor WFH'ers!
In:
Furore
,  (1992) 18 (augustus) 16
Vorm:
Artikel
illustraties:
portr.
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

boekomslagen
Annotatie(s):
Over een zeldzame omslag van: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Klaus Zickhardt
,
Uit de krochten van een talent
In:
Maatstaf : maandblad voor letteren
, 40 (1992) 5 (mei) 69-80
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Ralf Grüttemeier
,
Is W. F. Hermans' 'Conserve' inderdaad 'hetzelfde'?
In:
Spiegel der letteren : tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en voor literatuurwetenschap
, 38 (1996) 1 () 1-14
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Ook in: Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr. Schoorl, 1998, p 125-143.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Reactie: Naschrift, door G.F.H. Raat. In: Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr. Schoorl, 1998, p. 118-121.

Samenvatting:
R. Grüttemeier vraagt zich af, in een artikel dat eerder verscheen in 1996 (Spiegel der letteren: 38 (1996) 1, 1-14 ): ‘Is W.F. Hermans’ Conserve inderdaad ‘hetzelfde’?’. Op zoek naar een verklaring voor de waardering voor het werk van Hermans moet men, gezien Hermans’ wereldbeeld, serieus rekening houden met ‘epistemologisch masochisme’. Want binnen zijn werk is er geen hoop, er is maar één werkelijk woord: chaos. Daartegenover staat als paradox de veel geciteerde uitspraak van Hermans dat hij tot de schrijvers behoort die altijd hetzelfde boek schrijven. Dit zou men als de ontkenning van chaos kunnen beschouwen. De literatuurwetenschappers en critici lijken het unaniem met deze opvattingen van Hermans eens te zijn, meent Grüttemeier. Want steeds weer wordt uit Hermans’ werk de boodschap gehaald dat de wereld onkenbaar is. De donkere kamer van Damokles uit 1958 wordt daarbij als exemplarisch gezien voor deze visie op de wereld. Als mogelijke verklaring voor deze eensgezindheid noemt Grüttemeier de bedoelingen van Hermans zelf, de auteursintentie, die wellicht te klakkeloos wordt overgenomen. Hij noemt in dit verband Hermans’ onmiskenbare pogingen tot poëticale zelfstilering, met als fundament Mandarijnen op zwavelzuur en Het sadistische universum uit 1964. Om te kijken of er iets valt af te dingen aan de consensus, analyseert hij de eerste roman van Hermans, Conserve, en wel omdat de kans om een boek van Hermans te vinden is dat ‘niet hetzelfde’ is, groter is naarmate dit boek verder verwijderd is van de kroon op Hermans’ poëticale zelfstilering uit 1964. Maar volgens de bestaande interpretaties sluit reeds deze roman klakkeloos aan bij de rest van Hermans’ werk. Volgens J.J. Oversteegen loopt Conserve uit op waar alles op uitloopt bij Hermans, namelijk dat er geen waarheid is over de wereld om ons heen. Maar tegelijk wijst hij op een zekere spanning tussen deze boodschap en het feit dat de externe verteller boven het verhaal staat en daardoor iets als een objectieve waarheid in het geding brengt. In de narratologische analyses van Ton Anbeek en Gerard Raat wordt deze tegenstelling echter opgeheven. Volgens Anbeek is de boodschap van Conserve niet zozeer het aantonen dat er geen waarheid is, maar dat die waarheid voor elk individu afzonderlijk vrijwel onachterhaalbaar is. En Gerard Raat leest Conserve als een kennistheoretische stellingname die neerkomt op epistemologisch nihilisme, omdat de werkelijkheid immers principieel onkenbaar is. Volgens Grüttemeier is dit oordeel over Conserve aan herziening toe. Hij wil aantonen dat de wereld van Conserve niet onkenbaar is, aan de hand van de roman zelf (1), en vervolgens door de belangrijkste argumenten vóór de stelling van de onkenbaarheid te bespreken (2). Tenslotte zal hij proberen te formuleren wat volgens hem de kern van Conserve vormt (3). 1. Het verhaal stemt weinig hoopvol over het menselijk geluk en wordt daardoor vaak gezien als uiting van ‘epistemologisch nihilisme’. Niet terecht, meent Grüttemeier. In de roman is het mogelijk op basis van kennis juiste uitspraken over de wereld te doen. Op basis van rudimentaire informatie zijn personages vaak in staat om de juiste conclusies te trekken. Zo wekt het verbazing hoe vaak Ferdinand het bij het juiste eind heeft. En ook Isabel is in staat de felle verwijten te doorzien van Naomi aan haar, na het verwijderen van Onitah. Het grote aantal veronderstellingen dat juist blijkt, maakt het moeilijk te geloven dat we te maken hebben met een wereld die onkenbaar is. Bovendien vindt in de roman een aantal geslaagde gesprekken over belangrijke kwesties plaats. Tussen Jerobeam en Onitah verloopt de communicatie niet vlekkeloos, maar het blijkt wel mogelijk elkaar tot op zeker hoogte te begrijpen. Er is in ieder geval geen sprake van misverstand. Dit geldt ook voor het lange gesprek tussen Jerobeam en Isabel. Grüttemeier vindt het dan ook vreemd dat Ton Anbeek het misverstand het centrale idee van Conserve noemt. De wereld van Conserve is niet onkenbaar maar kan, ten minste gedeeltelijk, van idealiseringen en vooroordelen worden ontdaan, zo blijkt uit de roman. 2. Grüttemeier gaat in op de argumenten voor de opvatting dat in Conserve het misverstand centraal staat en dat alle wereldbeschouwingen in wezen hetzelfde zijn omdat de wereld onkenbaar is. Hij betrekt daarbij de interpretaties van Anbeek, Vermeiren, Raat, Dupuis en Yans die er op neerkomen dat wereldbeelden en godsdienstige ideeën met geen enkel verifieerbaar feit kunnen worden verbonden, waardoor er geen maatstaven zijn om het ware (of het niet-krankzinnige) van het onware (het krankzinnige) te onderscheiden. Daardoor kan de ene levensbeschouwing worden vervangen door de ander. Dit klinkt plausibel, maar getuigt volgens Grüttemeier toch van een te grote gretigheid om uit te komen bij het ‘epistemologisch nihilisme’ van Hermans. Yans schrijft Hermans de mening toe dat godsdiensten gevaarlijke machtsinstellingen zouden zijn, net als totalitaire stelsels. Er is echter een verschil tussen de eerste en de tweede druk. In de tweede druk uit 1957 heeft Hermans volgens Grüttemeier geprobeerd de gelijkwaardigheid van alle waardencombinaties sterker te beklemtonen dan in de eerste druk, om zo Conserve in overeenstemming te brengen met de rest van zijn verhalend werk en zijn poëticale geschriften. In ieder geval zijn in de eerste druk christendom en mormonisme niet gelijkwaardig. 3. Grüttemeier wil niet beweren dat de wereld van Conserve volkomen kenbaar is. Hermans kan geen ‘epistemologische naïviteit’ worden verweten. Uit de roman spreekt een sceptische blik. Maar het gaat erom te laten zien dat absolutistische ideologieën verkeerd zijn. Dit absolutisme onderscheidt het mormonisme van het christendom. Tenslotte haalt Grüttemeier een uitspraak van Hermans uit 1971 aan, over de vraag hoe hij ertoe kwam in de jaren veertig een roman over de mormonen te schrijven. Hermans zag zekere overeenkomsten tussen de mormonen en de nationaal-socialisten. Net als Hitler verkondigen de mormonen een totalitaire wereldbeschouwing, geheel gebaseerd op ‘waarheden’ die elk wetenschappelijk onderzoek tarten en geheel in strijd zijn met ervaring en gezond verstand. Er is, zo vervolgt Hermans, wel enige overeenkomst met andere kerken, maar het verschil is het absolutisme van de mormonen. Zij geloven letterlijk, en elke dag, wat andere gelovigen toch eigenlijk als een soort sprookje beschouwen, of als waarheden alleen in symbolische zin. Het bovenstaande toont volgens Grüttemeier één van de problemen in verband met de auteursintentie: op welke auteursintentie moet men zich beroepen? In dit geval: op de met betrekking tot het hele werk van Hermans geformuleerde uitspraken of op datgene wat Hermans over Conserve heeft gezegd? In ieder geval kan volgens hem de auteursintentie niet meer zijn dan één van vele argumenten. De conclusie van Grüttemeier is dat Conserve een dissonant is in de vermeende homogeniteit van Hermans’ werk. De wereld van Conserve is niet onkenbaar en de bestaande interpretaties hebben zich al te gemakkelijk laten meeslepen door Hermans’ ‘poëticale zelfstilering’. Hermans heeft met Conserve een boek geschreven dat niet ‘hetzelfde’ is als zijn later werk. Vermoedelijk zal Conserve niet de enige uitzondering op de regel blijven, zo besluit Grüttemeier. In een naschrift bij zijn artikel ‘Conserve: poëtiek, techniek en thematiek’ maakt Raat enkele kanttekeningen bij het betoog van Grüttemeier. De conclusie van Grüttemeier dat het verhaal van Conserve weinig hoopvol stemt en dus over het algemeen geïnterpreteerd wordt als ‘epistemologisch nihilisme’ , noemt Raat misleidend. Het predikaat ‘epistemologisch nihilisme’ wordt doorgaans niet verleend door het ontbreken van het uitzicht op menselijk geluk, zoals Grüttemeier suggereert. Belangrijker is dat op cruciale punten misverstand en begoocheling optreden. Er zijn zeker gevallen in Conserve waarin de personages juiste conclusies trekken, maar daar staan veel voorbeelden tegenover van gebrek aan inzicht in anderen en zichzelf. De argumenten van Grüttemeier voor zijn bewering dat met feitenkennis en waarschijnlijkheidsredeneringen religieus absolutisme bestreden kan worden, noemt Raat niet overtuigend. En Grüttemeiers interpretatie dat absolutistische ideologieën verkeerd zijn, reden waarom het mormoonse geloof zich ongunstig onderscheidt van het christendom, noemt hij een te zonnige voorstelling van zaken. Hij vindt het verschil tussen een absolutistische ideologie en een ideologie die aanspraak maakt op een relatieve waarheid in Conserve niet relevant, ook omdat de verschillende godsdiensten in Conserve via de metaforiek en doordat bepaalde personages meer dan één religie belichamen, onontwarbaar met elkaar zijn verstrengeld.
[anoniem]
,
Luxe herdruk van ‘Conserve’
In:
Nieuwsblad van het Noorden
, (1998) (10 december)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

[anoniem]
,
Heruitgave debuutroman W.F. Hermans
In:
Leidsch Dagblad
, (1998) (11 augustus)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

[anoniem]
,
Hermans’ debuutroman heruitgegeven
In:
Noordhollandsch Dagblad
, (1998) (14 augustus)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

[anoniem]
,
W.F. Hermans’ ‘Conserve’ heruitgegeven
In:
De Volkskrant
, (1998) (11 augustus)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

[anoniem]
,
Debuutroman Hermans opnieuw uitgegeven
In:
Trouw
, (1998) (11 augustus)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

[anoniem]
,
Debuut W.F. Hermans wordt weer uitgegeven
In:
Leeuwarder Courant
, (1998) (20 augustus)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

[anoniem]
,
Hermans’ debuutroman heruitgegeven
In:
De Limburger
, (1998) (14 augustus)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

,
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker
In:
Conserve Schoorl 2e dr , 1998 ( 145 p. )
Vorm:
Monografie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

P. 7-10 Inleiding; p. 144-145 Verantwoording.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Recensie van de eerste druk door Frans A. Janssen in: Literatuur 7 (1990) 2 (maart-april), p. 118-119.

Samenvatting:
Willem Frederik Hermans schreef in 1943 zijn eerste roman Conserve, maar dit debuut kon pas in 1947 verschijnen. In 1957 verscheen een door de auteur herziene versie, opgenomen in Drie melodrama’s. Ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van uitgeverij Conserve – vernoemd naar de roman van Hermans – zijn in 1988 alle tot dan toe in kranten en literaire tijdschriften verschenen besprekingen over Conserve opnieuw gebundeld. Deze bundel bevatte negen besprekingen, van de hand van Ton Anbeek, Bob Barneveld, F. Bordewijk, Pierre Dubois, J.J. Oversteegen, G.F.H. Raat, Simon Vestdijk, J. Weverbergh en een anonieme criticus, vijf recensies uit 1947 en 1948 en vier latere beschouwingen uit 1970, 1971, 1973, 1981 (herzien in 1988). De tweede druk uit 1998 is aangevuld met een beschouwing van R. Grüttemeier uit 1996. Inleiding (p. 7-10), door Kees de Bakker, uitgever Conserve. G.H.B. (Bob Barneveld). Over de schrijver W.F. Hermans (p. 11-13) Anoniem. Een eerste sprong (p. 15-18) S. Vestdijk. Een boeiend, maar vrij zwak debuut (p. 19-22) Pierre H. Dubois. Een poging tot Bevrijding (p. 23-250 F. Bordewijk. Opnieuw surealisme – ‘Conserve’, boek voor weinigen (p. 26-28) J. Weverbergh. Petrina – tevreden rancuneus individu met schizofrene inslag (p. 29-37 J.J. Oversteegen. Terugblik (p. 38-72) Ton Anbeek. De verteltechniek van Hermans’ eerste roman (p. 73-92) G.F.H. Raat. Conserve: poëtiek, techniek en thematiek (p. 93-124). R. Grüttemeier. Is W.F.Hermans Conserve inderdaad ‘hetzelfde’? (p. 125-143) Verantwoording (p. 144-145) In zijn bespreking van de eerste druk (Literatuur: 7 (1990) 2 (mrt-apr) 118-119), dus de uitgave zonder de bijdrage van Grüttemeier, zegt Frans A. Janssen dat deze bundeling nuttig is, niet het minst omdat ze laat zien hoe verschillend er naar het boek is gekeken. Tijdgenoten zagen er een curieuze, al te wilde verbeeldingskracht in, lateren beschouwden het als een hermansiaanse nihilistische ideeënroman. Eén tijdgenoot heeft voor het laatste enig begrip getoond, de schrijver van de kortste beschouwing over deze roman, die echter in de bundel ontbreekt. Janssen citeert het oordeel van de IDIL, de katholieke ‘Informatiedienst Inzake Lectuur’, gepubliceerd in de Provinciale Noord-Brabantse Courant Het Huisgezin van 28 oktober 1947: ‘Levens-opvatting, huwelijksbeleving, godsdienstige begrippen, kortom alles is zo ongezond abnormaal dat deze roman tot de verboden lectuur gerekend moet worden’. Arnold Heumakers (NRC Handelsblad van 12 februari 1999) constateert dat Hermans’ eersteling, gezien de recensies uit 1947, tamelijk welwillend is ontvangen, al is niemand echt enthousiast. Hij noemt de roman bij verschijnen ten onrechte stiefmoederlijk behandeld door het lezerspubliek. Het valt Hans Renders op (Het Parool van 15 januari 1999) dat critici en wetenschappers geen raad wisten en weten met Conserve. Hermans heeft wel eens geopperd om een ironieteken in de schrijftaal te introduceren. Zo’n teken zou veel beschouwend proza over Conserve overbodig maken, meent Renders.
[anoniem]
,
Een eerste sprong
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 15-18 )
Vorm:
Artikel / Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

Ook in: Nieuwe Rotterdamse Courant, 25 oktober 1947.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
De anonieme recensent in de ‘Letterkundige kroniek’ van de Nieuwe Rotterdamse Courant van 25 oktober 1947 betrekt in zijn bespreking behalve de – gedeeltelijk in Criterium gepubliceerde – De tranen der acacia’s, die bij de meeste lezers zeer gemengde gevoelens hebben opgewekt, ook de gedichtenbundel Horror Coeli en andere gedichten die in de krant positief is besproken. Hij bespeurt in Conserve dezelfde behoefte om te schokken als in de gedichten, maar vindt het verhaal tegelijkertijd een duidelijke reactie op de gruwelijkheden van de oorlog. “De schrijver voelde zich ‘losgeslagen’ en hij getuigde daarvan in zijn werk, zich zo te weer stellend op de voor hem enig mogelijke positieve wijze.” Hermans’ roman beschouwt hij als een uitdaging, een grap, een satire, maar hij vindt het niet geheel geslaagd, omdat het verhaal teveel is uitgesponnen. Hij stelt daar tegenover de korte jeugdverhalen van E. du Perron, waaraan dit boek hem enigszins doet denken. Hermans had er beter een novelle van kunnen maken; dan zouden het gebrek aan psychologische verantwoording van de figuren, de trage ontknoping en de logische fouten en onbeholpenheden niet zo storen. Zijn conclusie is dat Conserve een niet ongeslaagde poging is om buiten het Hollandse realisme iets te bereiken, maar niettemin teleurstellend “omdat Hermans met zoveel vertoon, armgezwaai en gespuug in de handen zijn aanloop heeft genomen om dan voorlopig, naar wij van harte hopen, toch niet zo heel ver te springen.”
Ton Anbeek
,
De verteltechniek van Hermans' eerste roman
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr.
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 73-92 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

Ook in: Nieuwe taalgids 66 (1973) 1 (januari), p. 30-41.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
Ton Anbeek (ook in: De nieuwe taalgids: 66 (1973) 1 (jan) 30-41) stelt dat de theorie van de roman is voortgekomen uit uitspraken van schrijvers zelf over de technische kanten van hun vak. In Nederland waren de auteurs daar aanzienlijk later mee dan in Engeland en Frankrijk. Anbeek noemt voor het Nederlands taalgebied Willem Elsschot en zijn inleiding bij ‘Kaas’ uit 1933 en uitleiding bij ‘Tsip’ uit 1934, Vestdijk met zijn essay ‘Over de compositie van de roman’ en tenslotte Hermans met Experimentele romans uit 1953 (in Het sadistische universum). Vóór die tijd heeft hij wat losse opmerkingen gevonden, bijvoorbeeld bij Van Deyssel, die in 1888 ingrepen van de verteller in een verhaal ongepast noemt. Een dergelijke verteller die de lezer bij de hand neemt, de alwetende, auctoriale verteller, komt men volgens Anbeek pas de laatste jaren [gezien vanuit 1973] weer tegen bij bewust illusieverstorende auteurs. Tussen de Tachtigers en 1960 zijn er overigens wel auctoriale romans geschreven, bijvoorbeeld deze roman Conserve. Anbeek neemt de eerste druk uit 1947 tot uitgangspunt, vergelijkt vervolgens de verteltechniek met zijn latere romans, en geeft tenslotte een paar voorbeelden van de manier waarop Hermans de tekst in 1956 heeft herzien voor de opname in Drie melodrama’s in 1957. In Conserve neemt de auctoriale verteller een positie in die het beste te vergelijken is met die van een boven de aarde tronende godheid, niet gebonden aan een vaste plaats, met een almachtig geografisch overzicht. De verteller kent de afloop van het verhaal en is daardoor in staat de spanning op te voeren door de lezer wat in het vooruitzicht te stellen. Ook kent hij de gedachten van alle personen en maakt daarvan op een heel bepaalde manier gebruik. Doordat de verteller de beschrijving van de emoties en illusies van de personages laat volgen door zijn nuchtere commentaar, ontstaat een ironisch effect, meent Anbeek. Het is volgens hem dan ook geen toeval dat vele meesters van de ironie zich van deze vertelsituatie hebben bediend: Cervantes, Fielding, Jean Paul, en in Nederland Multatuli in ‘Woutertje Pieterse’. In Conserve wijst de verteller er nadrukkelijk op dat Jerobeam de bedoelingen van zijn halfzus Isabel die verliefd op hem is, niet doorziet. Isabel wil Onitah laten verdwijnen, omdat ze vreest dat ze op de hoogte is van hun ‘affaire’. Dat is ze echter niet. De beslissende stap in Conserve, de verwijdering van Onitah, die het begin is van een fatale ontwikkeling, wordt gezet op grond van een misverstand. Alleen verteller en lezer zijn op de hoogte. De lezer beleeft veel meer plezier aan de gebeurtenissen dan de romanfiguren zelf. Het nachtelijk optreden van Naomi, dat haar het leven zal kosten, noemt Anbeek zelfs tragikomisch. In de eerste dertien hoofdstukken staat de verteller ver boven de gebeurtenissen en kiest zijn standpunt naar believen. Vanaf hoofdstuk veertien wordt het verhaal voor het grootste gedeelte beheerst door het gezichtspunt van één van de hoofdfiguren; hoofdstuk veertien en zeventien zijn voornamelijk vanuit Isabel beschreven, hoofdstuk zestien en achttien vanuit Ferdinand. Hier kunnen we spreken van een personale vertelsituatie. Door deze beperking van het perspectief krijgt de lezer veel minder speelruimte en ironische effecten komen in deze hoofdstukken dan ook niet voor. Conserve eindigt met een ontluisterende onthulling. Ferdinand wijst Jerobeam erop dat trouwen met je halfzuster bijna een mormoonse traditie genoemd kan worden. De lezer kan dus tot de conclusie komen dat Onitah zich helemaal niet op het oude Egypte had hoeven te richten. Ze had zich op deze mormoonse traditie kunnen beroepen om haar liefde voor haar halfbroer te rechtvaardigen. Aan de basis van het hele verhaal ligt een onnodige, overbodige obsessie, concludeert Anbeek. Hermans heeft eens over De donkere kamer van Damokles gezegd dat het centrale idee dat van het misverstand is. Dat geldt ook voor zijn eerste roman Conserve. Hermans wijst de lezer herhaaldelijk nadrukkelijk op de verkeerde interpretaties die de romanfiguren aan elkaars gedrag geven. Dit geldt vooral voor het eerste deel van de roman. Oversteegen noemde dit [in zijn eveneens in deze bundeling herdrukte artikel uit 1971] niet geslaagd, omdat er dan iets als een objectieve waarheid in het geding is, terwijl één van de kernpunten van de roman is dat er geen waarheid bestaat. Dit lijkt Anbeek aanvechtbaar. Volgens hem is het niet Hermans bedoeling om aan te tonen dat er geen waarheid bestaat, maar dat die waarheid voor elk individu afzonderlijk vrijwel onachterhaalbaar is (en dat wie de waarheid zoekt, terecht komt in een warnet van al of niet opzettelijke misverstanden). In Conserve laat hij dat zien door een verteller te gebruiken die als een god boven dit labyrinth staat en alles geamuseerd registreerd. In De tranen der acacia’s gebruikt hij verschillende personale media, in De donkere kamer van Damokles één perspectief. Door verschillende vertelsituaties worden verschillende effecten bereikt: Anbeek noemt De donkere kamer van Damokles het boek van de onzekerheid, Conserve het boek van de ironie. Over de eenheid van het boek merkt Anbeek op, dat in de eerste zes hoofdstukken het verhaal langs twee lijnen verloopt, waarvan het zevende hoofdstuk het knooppunt vormt. Oversteegen toonde zich erg voorzichtig in zijn interpretatie van de roman, bijvoorbeeld bij de identificatie Ferdinand - Jerobeam. Anbeek vindt deze voorzichtigheid weldadig aandoen vergeleken met de interpretatie van Weverbergh die zich bij de merkwaardige trapscène in het veertiende hoofdstuk afvraagt of in deze trap het gewone courante seksuele symbool voor het orgasme gezien moet worden, zonder dat hij moeite doet om dat orgasme te verbinden met de rest van de tekst. Over de herziene druk uit 1957 merkt Anbeek op dat de herzienig in de eerste plaats een stilistische is. Bijna elke zin is omgegooid. Maar er zijn ook tekstgedeelten weggelaten, stukken verplaatst en stukken toegevoegd. In de toevoegingen heeft Hermans de tekst aangedikt, de afstand tot de gebeurtenissen vergroot. De communicatie met de lezer is, vooral in het begin, groter geworden: een duidelijke verbetering. Op de laatste bladzijde van het boek heeft Hermans een alinea ingevoegd die de betekenis van de slotdialoog onderstreept. In de eerste versie wordt de conclusie aan de lezer overgelaten, nu wordt deze conclusie verwoord door Jerobeam. De latere schrijver heeft de jongere ‘verbeterd’. Hij heeft iets van zijn geraffineerder geworden compositietechniek overgebracht op zijn jeugdwerk. De door Hermans gebruikte techniek van de herhaling, het terugkerend element waardoor een uitzonderlinge spanning optreedt, zoals Oversteegen het formuleerde, zal een kleine 10 jaar later (in 1966) het vormgevingsprincipe van de ‘klassieke’ roman Nooit meer slapen worden, besluit Anbeek.
Bob Barneveld
,
Over de schrijver W.F. Hermans
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 11-14 )
Vorm:
Artikel / Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

Ook in: Propria Cures, 17 oktober 1947.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
De eerste recensie van de roman, van de hand van G.H.B. (Bob Barneveld), verscheen in Propria Cures van 17 oktober 1947. Barneveld noemt Hermans de auteur die de meeste aandacht wist te trekken onder de jonge schrijvers die na de bevrijding zijn gaan publiceren. De tranen der acacia’s bestempelt hij als treinlectuur, terwijl hij Conserve fascinerend vindt. De fantasie van de schrijver heeft het nogal gezochte verhaal bijzonder boeiend overwonnen. De schrijver wekt verwarring en onduidelijkheid over zijn bedoelingen via het stijlmiddel van de ironie maar ook door allerlei romanstijlen te pasticheren. Volgens de recensent zag de auteur geen kans de lezer op een andere manier te overtuigen dat situaties bestaan die men gewoonlijk met het woord krankjorem afdoet. Hij noemt het een curieus, maar uiteindelijk overtuigend verbaal document humain, al kan hij zich voorstellen dat de lezer sommige bijna visionaire, zo men wil surrealistische, trekjes – om niet te zeggen trucs - en het geëxalteerde verhaal niet accepteert.
Nico de Boer
,
Hergeboorte Hermans’ Conserve
In:
Alkmaarsche courant
, (1998) (11 december)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

F. Bordewijk
,
Opnieuw surrealisme : 'Conserve', boek voor weinigen
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr.
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 26-28 )
Vorm:
Artikel / Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

Ook in: Utrechtsch Nieuwsblad, 10 januari 1948; in: Bordewijk, F. Kritisch proza; bijeengebr. door Dirk Kroon. 's-Gravenhage, 1982, p. 57-58; Bordewijk, F. Verzameld werk, 12: Kritisch proza; [onder red. van Pierre H. Dubois en Harry Scholten; met medew. van N. Funke-Bordewijk ... et al.]. Amsterdam, 1989, p. 174-176.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
F. Bordewijk noemt Conserve een surrealistisch werk: met alle fouten een merkwaardig boek, waaraan men om der wille van sommige passages veel lelijke stoornis vergeeft. “Want dit staat vast: dat het tot stand kwam uit de drang een getourmenteerd innerlijk bloot te geven, dat hier geen sprake is van een poging de burger te verbluffen.” (in de ‘Letterkundige Kroniek’ in het Utrechts Nieuwsblad van 10 januari 1948, ook opgenomen in: Bordewijk, F. Kritisch proza; bijeengebr. door Dirk Kroon. ’s-Gravenhage, 1982, p. 57-58; en in: Bordewijk, F. Verzameld werk, 12: Kritisch proza; [onder red. van Pierre H. Dubois en Harry Scholten; met medew. Van N. Funke-Bordewijk … et al.]. Amsterdam, 1989, p. 174-176). Bordewijk gaat hiermee verder dan de andere critici in zijn psychologische interpretatie. Hij heeft geen snijdende satire ontdekt, zoals de omslag aankondigt, maar wel harde humor. In de titel ziet hij een vingerwijzing naar de episode van het balsemen van een der hoofdpersonen. Conserve is volgens Bordewijk een boek voor weinigen en zal vooral kunstenaars boeien, maar de auteur kan bij meer beheersing een plaats krijgen onder degenen, die de ontwikkeling leiden van onze literatuur.
Pierre H. Dubois
,
Een poging tot bevrijding
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 23-25 )
Vorm:
Artikel / Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

Ook in: De Spectator: weekeindblad van De Nieuwe Gids, 23 november 1947.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
Op Pierre Dubois (in De Spectator, weekendblad van De Nieuwe Gids, van 23 november 1947) maken de reeds verschenen afleveringen van De tranen der acacia’s een troebele, onheldere indruk, terwijl hij Conserve waardeert als een gewaagde poging tot bevrijding uit het huiselijke, burgerlijke Nederlandse proza. Gewaagd, en niet helemaal geslaagd. Deze criticus noemt de venijnige kritiek van Hermans, die de nodige tegenstand heeft opgewekt. Hij heeft volgens hem daarin wel iets gemeen met een even bewegelijke, even irriterende figuur als Du Perron. Dubois vraagt om een stevig krediet voor een schrijver met deze talenten en deze durf.
Arjen Fortuin
,
Conserve
In:
NRC Handelsblad
, (1998) (11 september)
Vorm:
Boekaankondiging
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

G.F.H. Raat
,
Conserve : poëtiek, techniek en thematiek
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr.
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 93-121 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

historische roman
;
werkelijkheidsgehalte
Annotatie(s):
1e dr. 1988.

P. 118-121 Naschrift [bij de 2e, [verm.] dr.].

Aangevulde en herziene tekst van: Raat, G.F.H. De verstandhouding met de lezer. In: Over W.F. Hermans; [red.: Jaap Goedegebuure en Herman Verhaar ; met bijdr. van: Raymond J. Benders ... et al.]. Speciaal nr. van: Tirade: 25 (1981) 271 (december), p. 643-655.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
‘Conserve: poëtiek, techniek en thematiek’ is de titel van het artikel van G.F.H. Raat, een in 1988 herziene versie van het artikel: De verstandhouding met de lezer. In: Over W.F. Hermans. Speciaal nr. van: Tirade: 25 (1981) 271 (dec) 643-655. Raat noemt allereerst de uit 1958 daterende beschouwing Experimentele romans waarin Hermans de psychologisch-realistisch-naturalistische esthetiek verwerpt. Zijn kennistheoretisch standpunt dat een andere dan de fysische realiteit niet beschrijfbaar, want cognitief ontoegankelijk is, brengt hij herhaaldelijk naar voren. Dit doet hij bijvoorbeeld in een essay uit 1960, Antipathieke romanpersonages. Hierin schrijft hij dat de roman niet hoeft te streven naar waarheid, maar naar waarschijnlijkheid en dat hij deze waarschijnlijkheid moet ontlenen aan zichzelf. Van de twee gronden voor geloofwaardigheid, namelijk interne samenhang en overeenstemming met de werkelijkheid, benadrukt Hermans de eerste. Maar toch kan ook Hermans niet ontkennen dat overeenstemming met een min of meer algemeen aanvaarde visie op de werkelijkheid bijdraagt tot de waarschijnlijkheid. Dit blijkt op diverse plaatsen in zijn essayistisch en kritisch werk, alle verzet tegen een realistisch uitgangspunt ten spijt. Bij historische romans is dit een probleem: een door schrijver en lezer gedeelde visie op de (historische) werkelijkheid bestaat niet. Dit verwoordt Hermans in het artikel uit 1948 Tegen de historische roman. Hij heeft zich zelf nooit aan een historische roman gewaagd, maar hetzelfde probleem geldt voor een schrijver die een hemzelf en de lezer niet vertrouwde omgeving moet oproepen. Een uitweg daaruit is het opbouwen van een basis van verstandhouding met de lezer, waardoor vragen naar de echtheid van de verhaalwerkelijkheid bij voorbaat worden afgewimpeld. Dat heeft Hermans gedaan bij Een ontvoogding door dit verhaal te beginnen met ‘Ik ben in Aleppo geboren. Het zal de meeste mensen dus niet verwonderen dat mijn vader pottenbakker was’. De eis van waarschijnlijkheid wordt niet van toepassing verklaard. Dezelfde strategie past Hermans toe in Conserve. Over de mormoonse gemeenschap waarin de roman zich afspeelt, was in 1947 weinig bekend in Nederland. Ook Salt Lake City, Memphis en New Orleans of de indianen in Nicaragua zullen toen nauwelijks bekend zijn geweest. Hoe volbrengt Hermans de heksentoer om sfeer te scheppen via saillante details en een geloofwaardige romanwerkelijkheid op papier te brengen?, zo vraagt Raat zich af. Hij informeert de lezer over de Mormonen, van de voor de roman minder belangrijke indiaanse cultuur maakt hij zich grijnslachend af en de steden nemen een tussenpositie in. Maar het belangrijkste is dat er niet wordt gemikt op historische waarachtigheid. Door een dubbelzinnige presentatie van de romanwerkelijkheid wordt de pretentie van waarschijnlijkheid juist opgegeven. Dit doet hij (onder andere) door de opvallende verteltrant. Anbeek noemde voorbeelden van dramatische ironie, maar volgens Raat is de roman ook rijk aan verbale ironie. Raat vindt het jammer dat Anbeek, die Conserve een van de weinige romans met een auctoriale verteller noemt die zijn verschenen in de jaren tussen de Tachtigers en 1960, niets met deze status van uitzonderingsroman doet. Des te meer omdat de ouderwets aandoende verteltechniek past binnen de in Conserve ontwikkelde strategie om de lezer ertoe te brengen de romanwerkelijkheid niet op haar historische waarschijnlijkheid te beoordelen. De vervreemdende werking die uitgaat van de verouderde inkleding belet de lezer de beschreven werkelijkheid serieus te nemen, stelt Raat. De onechtheid van de romanwerkelijkheid wordt ook geaccentueerd door verwijzing naar genres als kinderliteratuur en doktersromans. De manier waarop de verteller af en toe de spanning opvoert, doet sterk denken aan procédés die bekend zijn uit de romantische literatuur, maar tegenwoordig vooral voorkomen in de massaliteratuur. Het is dan ook maar een kleine stap naar de clichés, die in Conserve niet zijn geschuwd, meent Raat. Door de dubbelzinnige presentatie van de romanwerkelijkheid wordt de lezer verhinderd de daarin beschreven realiteit op te vatten als een getrouwe afbeelding van die realiteit. In de roman wordt een zodanige verstandhouding met de lezer opgebouwd, dat hij de beschreven werkelijkheid niet op haar historische juistheid zal toetsen. De positie waarin de lezer gemanoeuvreerd wordt, sluit aan bij de gronden waarop Hermans de historische romans verwerpt. Aanspraken van dit genre op een zekere betrouwbaarheid in de werkelijkheidsweergave zijn onmogelijk te realiseren omdat de werkelijkheid principieel onkenbaar is. Dit epistemologisch nihilisme van Hermans ligt volgens Raat dus niet alleen ten grondslag aan een deel van zijn poëtica, maar ook aan zijn literaire praktijk. In de thematiek van Conserve ziet Raat dezelfde kennistheoretische stellingname. Hij geeft voorbeelden van misverstanden en van het gebrek aan intrinsieke waarden (doordat de werkelijkheid onkenbaar is). Daardoor is het ene normenstelsel verwisselbaar met het andere, of het nu beschavingen betreft dan wel religies. Raat ziet een nauw verband tussen Hermans’ kennistheoretische scepsis en zijn poëticale opvattingen die in het verlengde daarvan liggen. De literaire werkelijkheid kan er nooit aanspraak op maken een betrouwbare weergave van de historische werkelijkheid te zijn. “Waar die pretentie dreigt te ontstaan, zoals in Conserve, wordt een lezersrol gecreëerd die afdoende tegenwicht garandeert”, besluit Raat. In een naschrift bij zijn artikel maakt Raat enkele kanttekeningen bij het betoog van Grüttemeier (‘Is W.F. Hermans’’Conserve’ inderdaad ‘hetzelfde’? ) dat verscheen in dezelfde bundel. De conclusie van Grüttemeier dat het verhaal van Conserve weinig hoopvol stemt en dus over het algemeen geïnterpreteerd wordt als ‘epistemologisch nihilisme’ , noemt Raat misleidend. Het predikaat ‘epistemologisch nihilisme’ wordt doorgaans niet verleend door het ontbreken van het uitzicht op menselijk geluk, zoals Grüttemeier suggereert. Belangrijker is dat op cruciale punten misverstand en begoocheling optreden. Er zijn zeker gevallen in Conserve waarin de personages juiste conclusies trekken, maar daar staan veel voorbeelden tegenover van gebrek aan inzicht in anderen en zichzelf. De argumenten van Grüttemeier voor zijn bewering dat met feitenkennis en waarschijnlijkheidsredeneringen religieus absolutisme bestreden kan worden, noemt Raat niet overtuigend. En Grüttemeiers interpretatie dat absolutistische ideologieën verkeerd zijn, reden waarom het mormoonse geloof zich ongunstig onderscheidt van het christendom, noemt hij een te zonnige voorstelling van zaken. Hij vindt het verschil tussen een absolutistische ideologie en een ideologie die aanspraak maakt op een relatieve waarheid in Conserve niet relevant, ook omdat de verschillende godsdiensten in Conserve via de metaforiek en doordat bepaalde personages meer dan één religie belichamen, onontwarbaar met elkaar zijn verstrengeld.
S. Vestdijk
,
Een boeiend, maar vrij zwak debuut
In:
Over Conserve: de eerste roman van Willem Frederik Hermans; Ton Anbeek ... [et al.]; kritieken en essays samengest. door Kees de Bakker. 2e, [verm.] dr
Conserve Schoorl , 1998 ( p. 19-22 )
Vorm:
Artikel / Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
1e dr. 1988.

Ook in: Het Parool, 8 november 1947; Vestdijk en de anderen, 1: Kritiek en commentaar van S. Vestdijk; [red.: R. Henrard ... et al.; bijdragen: Max Nord ... et al.]. Speciaal nr. van: Vestdijkkroniek (Utrecht): (1993, p. 80-81 (september-december), p. 31-33 (Conserve', roman van W.F. Hermans: een boeiend, maar vrij zwak debuut).

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Samenvatting:
Simon Vestdijk noemt de gebreken van Conserve die van een onwennige debutant: een te veel, en een te erg. Zijn recensie verscheen in Het Parool van 8 november 1947 (en in: Vestdijk en de anderen, 1: Kritiek en commentaar van S. Vestdijk; [red.; R. Henrard … et al.; bijdragen: Max Nord … et al.]. Speciaal nr. van: Vestdijkkroniek: (1993) 80-81 (sep-dec) 31-33). Vestdijk vreest dat Hermans als romancier voorlopig weinig kans maakt op een behoorlijke behandeling omdat hij als criticus al zoveel mensen tegen zich heeft ingenomen. Hij doelt daarbij op de negatieve kritiek op de in Criterium verschenen afleveringen van De tranen der acacia’s. Vestdijk roemt Hermans’ lenige stijl “van een eigen toon, al noteert men invloeden van Du Perron en Nijhoff”, zijn slagvaardigheid en soms verbluffende opmerkingsgave en zelfs zijn arrogantie “omdat een niets ont-ziende eerlijkheid er zich gemakkelijk achter raden laat”. Deze lof slaat vooral op De tranen der acacia’s dat nog niet voltooid is – en dat Vestdijk op grond van het gepubliceerde als een van onze grote bezettingsromans meent te mogen beschouwen - , terwijl Conserve volgens hem te lang geleden voltooid is. Vestdijk noemt Conserve vergeleken met de Criteriumfragmenten het typisch voortbrengsel van een begaafd beginneling die de vorm nog zoekt.
[anoniem]
,
Conserve
In:
Reformatorisch Dagblad
, (1999) (10 februari)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Onno Blom
,
Flarden papier flapperden als vlaggen
In:
Trouw
, (1999) (16 januari)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Arnold Heumakers
,
Conserve was daad van verzet
In:
NRC Handelsblad
, (1999) (12 februari)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Heumakers, Arnold

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Max Pam
,
Stiekem nog een likje WFH erbij
In:
HP/De Tijd
, (1999) (8 januari)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans uit 1944
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Hans Renders
,
Hermans en de meninkjes
In:
Het Parool
, (1999) (15 januari)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Hans Warren
,
‘Conserve’ van grote meester door gelijknamige uitgeverij uitgegeven... : langdradig debuut van W.F. Hermans
In:
Drentse Courant
, (1999) (21 januari)
Vorm:
Recensie
illustraties:
portr. Hermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Hans Warren
,
Conserve in herdruk : nazorg redt debuut van Hermans niet
In:
Zwolse Courant
, (1999) (21 januari)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Hans Warren
,
Conserve in herdruk : nazorg redt debuut van Hermans niet
In:
Provinciale Zeeuwse Courant
, (1999) (22 januari)
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Hans Warren
,
Herdruk van Hermans’ eerste roman Conserve
In:
De Gooi- en Eemlander
, (1999) (4 februari)
Vorm:
Recensie
illustraties:
foto bezoek Hermans en zijn vrouw aan het Letterkundig Museum
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. 2e dr. Schoorl, 1998.

Over: Over Conserve : de eerste roman van Willem Frederik Hermans’, samengest. Door Kees de Bakker. Schoorl, 1998.

Ralf Grüttemeier
,
Bachtin en de narratologie : een aanzet tot kruisbestuiving
In:
Literatuurwetenschap tussen betrokkenheid en distantie; Liesbeth Korthals Altes, Dick Schram (red.)
Van Gorcum Assen , 2000 ( p. 145-156 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

narratologie
;
vertelinstantie
Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Arjan Peters
,
Ik heb hem horen tikken
In:
Apollo in Brasserie Lipp: bespiegelingen over Willem Frederik Hermans; onder red. van Raymond J. Benders en Wilbert Smulders
De Bezige Bij [Amsterdam] , 2001 ( p. 108-117 )
Vorm:
Artikel
illustraties:
portr.
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
O.a. over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947, en: Hermans, Willem Frederik. Ruisend gruis: roman. Amsterdam, 1995.

Arjan Peters
,
Ik heb hem horen tikken : (over Willem Frederik Hermans)
In:
De ongeneeslijke lezer: een werkboek; Arjan Peters
Contact Amsterdam [etc.] , 2002 ( p. 98-111 )
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
O.a. over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947, en: Hermans, Willem Frederik. Ruisend gruis: roman. Amsterdam, 1995.

Bewerkte tekst van: Peters, Arjan. Ik heb hem horen tikken. [Amsterdam], 2001. In: Apollo in Brasserie Lipp: bespiegelingen over Willem Frederik Hermans; onder red. van Raymond J. Benders en Wilbert Smulders, p. 108-117.

Nico de Boer
,
"Volledige werken" van rancuneuze treiterkop Hermans
In:
Brabants Dagblad
, (2005) (5 november)
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Volledige werken I. Amsterdam, 2005.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. De tranen der acacia's. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. Niet uit kwaadaardigheid : de scherpste polemieken. Amsterdam, 2005.

Nico de Boer
,
Willem Frederik Hermans : een groot romancier en een sardonische pestkop
In:
BN / De Stem
, (2005) (4 november)
Vorm:
Artikel
illustraties:
portr. Hermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Volledige werken I. Amsterdam, 2005.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. De tranen der acacia's. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. Niet uit kwaadaardigheid : de scherpste polemieken. Amsterdam, 2005.

Arnold Heumakers
,
De agressie zat er altijd al in
In:
NRC Handelsblad
, (2005) (11 november) 31
Vorm:
Recensie
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Kamp, Elly

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Volledige werken I. Amsterdam, 2005.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. De tranen der acacia's. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. Niet uit kwaadaardigheid : de scherpste polemieken. Amsterdam, 2005.

Over: Kamp, Elly. Iedereen zei, dat is pornografie : Willem Frederik Hermans en de ontvangst van De tranen der acacia's. Amsterdam, 2005.

Hans Nauta
,
Vierentwintig delen Hermans : middelbare scholieren lezen Hermans nog steeds
In:
Trouw
, (2005) (4 november) 6
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik
;
Pam, Max
;
Kets-Vree, A.
;
Bosdriesz, Jan

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Volledige werken I. Amsterdam, 2005.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. De tranen der acacia's. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Ook over het televisietweeluik 'W.F. Hermans, een overgevoelige natuur', uitgezonden op 1 en 8 november 2005.

Arjan Peters
,
Bijtend op een dwangnagel : moeten we W.F. Hermans nog lezen?
In:
De Volkskrant
, (2005) (4 november) 20
Vorm:
Recensie
illustraties:
portrettek. Hermans door Karel Kindermans
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Volledige werken I. Amsterdam, 2005.

Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Over: Hermans, Willem Frederik. De tranen der acacia's. Amsterdam, 2005. (Volledige werken I).

Robert Poort
,
Conserve
In:
, 2006
Vorm:
Artikel
Trefwoord(en):
Hermans, Willem Frederik

mormonisme
Internet:
http://mvgcontact.org/conserve.htm
Annotatie(s):
Over: Hermans, Willem Frederik. Conserve: roman. Amsterdam, 1947.

Op de internetsite: MVG - Mormonen voor Vrede en Gerechtigheid.